Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe het bestuur van de Romeinse Republiek werkte.
•Je kunt uitleggen welke motieven de Romeinen hadden voor de uitbreiding van hun rijk.
Hoe werkte het bestuur van de Romeinse Republiek?
De Romeinse Republiek was een staat zonder vorst. Dit was bijzonder, omdat veel andere rijken in die tijd een vorst hadden, zoals de farao in Egypte. Voordat Rome een republiek werd, was het een monarchie waar een koning aan de macht was. De Romeinen hadden slechte herinneringen aan deze koningstijd, omdat de koningen vaak wreed waren en van buiten Rome kwamen. De republiek was bedoeld om een einde te maken aan deze periode van onderdrukking door een alleenheerser.
De bestuursorganen van de Romeinse Republiek
In de Romeinse Republiek hadden burgers enige inspraak in de politiek. Burgers kozen magistraten, mensen die een publieke functie uitoefenden of een politiek baantje hadden. Rome was echter geen democratie; niet iedereen had het burgerrecht. Je kon plaatsnemen in een volksvergadering, maar de meeste invloed lag bij de Senaat. De belangrijkste bestuursorganen waren:
De Senaat
•Dit was het meest invloedrijke orgaan, toegankelijk voor mannen van adel uit adellijke families, de patriciërs. Zij bereidden wetten voor. De Senaat werd geleid door twee consuls. Deze consuls konden elkaar vetoën (tegenhouden) en wisselden elk jaar. Dit systeem voorkwam dat één persoon te lang aan de macht bleef en alleenheerser werd.
De Volksvergadering
•Deze vergadering bestond uit burgers. De Volksvergadering moest wetten officieel goedkeuren. In de praktijk hadden deze vergaderingen echter weinig invloed.
•Het systeem van patronage speelde een belangrijke rol. Een patriciër fungeerde vaak als patroon of beschermheer voor burgers van lagere komaf. In ruil voor gunsten, soms financieel, stemden deze burgers in de volksvergadering vaak ten gunste van de wetsvoorstellen van hun patroon.
Welke motieven hadden de Romeinen voor de uitbreiding van hun rijk?
Motieven voor uitbreiding
De Romeinen waren erg actief in het buitenland en veroverden andere gebieden en continenten. Het belangrijkste motief dat de Romeinen naar buiten toe communiceerden, was veiligheid. Ze beweerden dat aanvallen of het innemen van gebieden altijd een reactie was op een provocatie van een ander gebied. Op de achtergrond speelden echter ook rijkdom en aanzien een belangrijke rol, vooral voor de elite. De elite had al toegang tot de hoogste politieke functies, maar zij profiteerden ook het meest van de veroveringen.
Hoe profiteerde de elite van veroveringen?
Gebieden die buiten Italië werden veroverd, werden provincies genoemd. Deze provincies werden bestuurd door een gouverneur, vaak iemand uit het patriciaat. Vanuit de provincies werd belasting geïnd en naar de centrale Romeinse overheid gestuurd. Deze belasting werd gebruikt voor bijvoorbeeld de aanleg van wegen en het betalen van soldaten.
De elite deelde mee in de buit van de provincies. Mensen uit de elite waren vaak generaals (legerleiders) en konden de buit onder hun soldaten verdelen, waarbij ze zelf een belangrijk deel hielden. Ze namen grote stukken landbouwgrond in bezit. Hierop lieten ze krijgsgevangenen werken. Dit waren mensen die in oorlog gevangen waren genomen en tot slaaf waren gemaakt. Deze krijgsgevangenen werkten als gratis arbeiders. Een ander deel van het land kon worden verhuurd aan lokale boeren.
Veroverde gebieden in de Romeinse Republiek
De Romeinen breidden hun rijk stapsgewijs uit:
•Rond 270 v.Chr. veroverden zij bijna het hele vasteland van Italië (met uitzondering van een deel in het noorden).
•Rond 146 v.Chr. werden meer gebieden rond de Middellandse Zee ingenomen, waaronder:
•Carthago (in het huidige Tunesië, Noord-Afrika) na drie oorlogen.
•Delen van Zuid-Spanje.
•Corsica en Griekenland.
•Sicilië en Sardinië.
•In de eerste eeuw v.Chr., nog steeds tijdens de Republiek, veroverden de Romeinen ook Gallië (grotendeels het huidige Frankrijk en een klein deel van Zuid-Nederland) en Egypte.
•De grootste omvang van het Romeinse Rijk werd later pas bereikt, in de keizertijd (rond 117 n.Chr.), toen ook gebieden zoals Brittannië, Dacië (ongeveer het huidige Roemenië) en het zuiden van Nederland werden veroverd. Het huidige Nederland ten zuiden van de Rijn werd al tijdens de Republiek veroverd als onderdeel van Gallië.















