Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe Frankrijk eruitzag voor de Franse Revolutie.
•Je kunt oorzaken, het verloop en de gevolgen van de Franse Revolutie uitleggen.
Frankrijk voor de Franse Revolutie
Voor de Franse Revolutie, in de achttiende eeuw (1700-1800), stond Frankrijk bekend als de Pruikentijd. In deze periode lieten rijke mannen hun rijkdom zien met opvallende pruiken. Ook vrouwen toonden hun welvaart door enorme haarwerken te dragen, versierd met bloemen en sieraden.
De Franse samenleving was een standenmaatschappij, verdeeld in drie groepen:
1.Eerste stand: de geestelijkheid. Dit was de belangrijkste stand.
2.Tweede stand: de edelen.
3.Derde stand: de burgers en de boeren. Deze stand omvatte het grootste deel van de bevolking, met grote verschillen tussen arm en rijk.
De eerste en tweede stand hadden privileges, oftewel voorrechten. Zij hoefden bijvoorbeeld geen belastingen te betalen. De derde stand betaalde wel belastingen en had nauwelijks inspraak in het bestuur. Koning Lodewijk XVI regeerde in zijn eentje en wilde alles zelf bepalen.

Oorzaken van de Franse Revolutie
Aan het einde van de achttiende eeuw ging het slecht met Frankrijk, wat leidde tot verschillende oorzaken voor de revolutie.
•De Franse koningin Marie-Antoinette was niet populair. Ze leidde een luxe leven en gaf veel geld uit aan feesten en dure spullen, terwijl Frankrijk failliet was en veel mensen honger leden.
•Frankrijk kampte met grote geldproblemen en was praktisch failliet.
•Koning Lodewijk XVI wilde nieuwe belastingen invoeren om de problemen op te lossen. De derde stand, die al veel belasting betaalde, was hiertegen.
•Om goedkeuring te krijgen voor de nieuwe belastingen, riep Lodewijk XVI voor het eerst in meer dan honderd jaar de Staten-Generaal bijeen. Dit was een vergadering met vertegenwoordigers van alle standen.
•Binnen de Staten-Generaal ontstond onenigheid over de manier van stemmen.
•De eerste en tweede stand wilden per stand stemmen. Elke stand zou dan één stem krijgen, waardoor het altijd twee tegen één zou zijn en de derde stand zou verliezen.
•De derde stand wilde per hoofd stemmen, zodat elke persoon in de vergadering één stem zou hebben, wat eerlijker zou zijn.
Begin van de Franse Revolutie
Omdat de standen het niet eens werden over de stemprocedure, verliet de derde stand de Staten-Generaal. Ze richtten een eigen volksvergadering op, de Nationale Vergadering, waar ze meer zeggenschap wilden. Uiteindelijk sloten de eerste en tweede stand zich hierbij aan uit angst voor het verlies van hun macht en de toenemende onrust.
Door de oprichting van de Nationale Vergadering ontstond er veel onrust in Frankrijk. Boeren en burgers kwamen overal in opstand. Dit escaleerde tot de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. De Bastille was een gevangenis in Parijs. Deze gebeurtenis markeert het officiële begin van de Franse Revolutie. De opstand verspreidde zich verder naar het platteland, met plunderingen en muiterijen, omdat de derde stand de macht van de koning wilde afzetten.

Welke veranderingen bracht de Nationale Vergadering?
De koning moest de Nationale Vergadering erkennen. Hierop voerde de Nationale Vergadering nieuwe wetten en regels in:
•De privileges van de eerste en tweede stand werden afgeschaft, wat betekende dat de standenmaatschappij niet meer bestond en iedereen gelijk was.
•Er kwam een Verklaring voor de Rechten van de Mens, die vaststelde dat ieder mens gelijk is en dezelfde rechten heeft, ongeacht de stand waartoe men behoorde.
•In 1791 werd een nieuwe grondwet ingevoerd. Een grondwet (ook wel constitutie genoemd) is een wetboek waar de koning zich aan moet houden.
•Frankrijk werd een constitutionele monarchie, wat betekent dat de koning zich aan de grondwet moest houden en niet langer een alleenheerser was. Koning Lodewijk XVI moest voortaan wetten uitvoeren die door de Nationale Vergadering werden gemaakt. Rijke burgers kregen stemrecht.
Radicale fase van de Revolutie
In 1793 werd koning Lodewijk XVI vermoord door onthoofding. Frankrijk werd daarna een republiek, een land zonder koning. Er ontstond echter onenigheid over wie Frankrijk moest besturen:
•Radicalen wilden snelle en ingrijpende veranderingen in het bestuur.
•Gematigden wilden langzame veranderingen en goed nadenken over het bestuur.
Robespierre, een radicaal, greep de macht. Hij voerde radicale veranderingen door in Frankrijk. Al zijn tegenstanders werden vermoord onder de guillotine, een instrument met een schuin mes om mensen te onthoofden. Deze periode staat bekend als het Schrikbewind, een tijd waarin mensen bang waren om kritiek te uiten op het bestuur van Robespierre uit angst om onder de guillotine terecht te komen. In 1794 kwam er een einde aan zijn bewind.

Napoleon
In 1799 pleegde Napoleon een staatsgreep, het plotseling en onwettig omverwerpen van een regering. Hij werd alleenheerser van Frankrijk en maakte een einde aan de Franse Revolutie. In datzelfde jaar kroonde hij zichzelf tot keizer. Hoewel Napoleon een einde maakte aan de revolutie, behield hij wel enkele belangrijke ideeën ervan, zoals:
•Godsdienstvrijheid: de vrijheid om je eigen geloof te kiezen.
•Gelijkheid voor de wet: iedereen is gelijk voor de wet, ongeacht afkomst. In 1815 werd Napoleon verslagen, wat een einde maakte aan zijn tijd in Frankrijk.

Gevolgen van de Franse Revolutie voor Nederland
Toen Napoleon aan de macht kwam in Frankrijk, veroverde hij ook Nederland. Hij maakte een einde aan de democratie in Nederland en benoemde zijn broer tot koning. Nederland werd een Franse provincie en viel onder de Franse wetten en regels. Dit leidde tot de invoering van:
•De burgerlijke stand: een officiële registratie van geboorten, huwelijken en overlijdens.
•Een eenheid van mate: het gebruik van dezelfde meetstandaarden (zoals de kilo en de meter), wat we vandaag de dag nog steeds hebben. Nederland had in deze periode dus ook te maken met de invloed van de Franse Revolutie, voornamelijk via de tijd van Napoleon.














