Wat waren deze "Roaring Twenties"?
Leerdoelen
•Je kunt schetsen hoe periodes van welvaart en crisis elkaar in de twintigste eeuw afwisselen.
•Je kunt een directe oorzaak noemen waarom de industriesector steeds kleiner werd in Nederland.
•Je kunt twee voorbeelden geven die de prijs van producten verhogen.
Van "Roaring Twenties" naar de Grote Crisis
De Roaring Twenties waren de jaren twintig van de twintigste eeuw, een periode waarin het wereldwijd economisch enorm goed ging. Banken leenden zonder problemen geld aan mensen en bedrijven, wat leidde tot de oprichting van grote ondernemingen zoals Philips en AkzoNobel. De overgang van welvaart naar crisis volgde toen bleek dat deze economische groei niet duurzaam was en grotendeels op geleend geld was gebouwd.
In oktober 1929 vond in Amerika de beurskrach plaats. Dit was een plotselinge, sterke daling van de waarde van aandelen van veel bedrijven. Mensen probeerden snel hun aandelen te verkopen. Omdat het aanbod hoger was dan de vraag, daalden de prijzen nog verder en werden sommige aandelen waardeloos. Deze economische crisis begon in Amerika en sloeg over naar Europa, omdat Amerika en Europa nauw met elkaar verbonden waren. Een kwart van de Nederlanders raakte in deze tijd werkloos.
Hoe maakte Nederland na de Tweede Wereldoorlog de overgang van crisis naar welvaart?
Na de Tweede Wereldoorlog kwam Nederland in een tijd van wederopbouw, een periode waarin het land economisch weer op krachten kwam. Dit kwam mede door de Marshallhulp. De Amerikanen gaven geld als gift aan landen zoals Nederland. Met dit geld kon Nederland spullen in Amerika kopen om het land weer op te bouwen. Dit was gunstig voor Nederland (dat geld kreeg) en voor Amerika (waar spullen werden gekocht).
Een belangrijke manier van samenwerking in Nederland was het poldermodel. Hierin spraken werkgevers, vakbonden en de overheid samen af over bijvoorbeeld de hoogte van de lonen. Dit voorkwam grote stakingen en zorgde voor stabiliteit in de economie. Dit model wordt wereldwijd nog steeds bewonderd.
Waarom werden producten duurder en de industriesector kleiner in Nederland?
In de jaren zestig stopte de geleide loonpolitiek. Dit betekende dat de overheid, vakbonden en werkgevers niet meer samen bepaalden hoe hoog de lonen moesten zijn. Hierdoor gingen de lonen in Nederland ontzettend snel stijgen. Producten werden duurder om te maken, omdat fabriekseigenaren hogere lonen moesten betalen. Om winst te blijven maken, verhoogden zij de prijzen van hun producten.
Door de gestegen kosten verplaatsten veel industrieën zich naar lagelonenlanden. Dit zijn landen waar werknemers veel minder verdienen, waardoor producten daar goedkoper gemaakt kunnen worden. Voorbeelden van Nederlandse industrieën die zich verplaatsten, met name naar Azië, zijn de scheepsbouw en de textielindustrie.
Factoren die de prijs van producten kunnen verhogen:
•Stijgende lonen: Als werknemers meer verdienen, stijgen de kosten voor bedrijven. Deze hogere kosten worden vaak doorberekend in de productprijs.
•Minder aanbod dan vraag: Wanneer er minder van een product beschikbaar is dan mensen willen kopen (schaarste), stijgt de prijs.

De internationale oliecrisis van 1973
In 1973 brak wereldwijd de internationale oliecrisis uit. Arabische landen verlaagden namelijk de productie van olie. Er was in die tijd enorm veel vraag naar olie, omdat de meeste mensen een auto hadden. De verminderde olieproductie zorgde voor olieschaarste, wat betekent dat er minder olie was dan mensen nodig hadden.
Het gevolg hiervan was dat de olieprijzen enorm stegen. Vanuit de economie is bekend: als de vraag hoger is dan het aanbod, stijgt de prijs. Deze hoge olieprijzen raakten de economie diep en waren tot ver in de jaren tachtig merkbaar. De oliecrisis versnelde de krimp van de industriesector in Nederland, omdat olie hierdoor erg duur werd. De dienstensector (de bedrijfstak die diensten levert, zoals onderwijs of gezondheidszorg) werd uiteindelijk de grootste werkgever in Nederland en is dat tegenwoordig nog steeds.
Waarom verspreiden welvaart en crisis zich zo snel over de wereld?
Welvaart en crisis verspreiden zich snel over de wereld doordat er een sterke economische samenwerking en veel internationale handel is. Als de vraag naar een product stijgt of daalt in één land, heeft dit direct gevolgen voor de landen waar deze producten worden gemaakt of waar de grondstoffen vandaan komen. Op deze manier verspreiden zowel welvaart als crisis zich enorm snel wereldwijd.













