Wanneer vond de beurskrach plaats?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de beurskrach in 1929 in de Verenigde Staten ontstond;
•Je kunt de belangrijkste indirecte oorzaken van de beurskrach benoemen;
•Je kunt de directe aanleiding voor de ineenstorting van de aandelenmarkt op 24 oktober 1929 beschrijven;
•Je kunt de gevolgen van de economische crisis in de Verenigde Staten en Europa benoemen en uitleggen;
•Je kunt uitleggen waarom Duitsland extra hard werd getroffen door de economische crisis na de beurskrach.
De Beurskrach van 1929
Tijdvak en context
De beurskrach van 1929 is een belangrijke gebeurtenis die past bij het eindexamenthema Interbellum, de periode van 1918 tot 1939. Deze tijd valt binnen het grotere tijdvak van de wereldoorlogen, van 1900 tot 1950. Op 24 oktober 1929 stortte de hele economie in de Verenigde Staten in. De beurs op Wall Street in New York zakte in elkaar. Maar hoe kwam dat?

Indirecte oorzaken
De ineenstorting van de beurs kwam niet zomaar. Er waren twee belangrijke indirecte oorzaken die de crisis veroorzaakten.
Kopen op afbetaling en leningen
In de jaren voorafgaand aan 1929 hadden Amerikanen heel veel producten gekocht door middel van op afbetaling of met leningen. Ze wilden graag alle nieuwe, moderne producten uit de fabrieken hebben, zoals auto’s en radio’s, maar ze hadden er niet genoeg geld voor. Dus gingen ze massaal geld lenen om deze spullen te kunnen kopen. Hierdoor ontstond er een economie waarin veel mensen spullen hadden die betaald waren met geld dat eigenlijk niet bestond.
Overproductie
Een andere indirecte oorzaak was de overproductie. Fabrieken produceerden massaal producten om aan de grote vraag van al die mensen te voldoen. Iedereen wilde de nieuwste moderne spullen. Maar op een gegeven moment hadden veel mensen deze producten al in huis. Ook in Europa hadden veel mensen de beschikking over deze producten. Fabrieken produceerden massaal producten om aan de grote vraag te voldoen, omdat iedereen de nieuwste moderne spullen wilde hebben.

De dag van de ineenstorting
Op 24 oktober 1929 kelderden de aandelen van bedrijven plotseling, ze daalden in waarde. Dit zorgde voor een enorme paniekreactie. Bijna iedereen die aandelen had, probeerde deze op één dag te verkopen. Omdat iedereen zijn aandelen wilde verkopen en niemand ze wilde kopen, werden de aandelen bijna niets meer waard. Mensen hadden geen geld meer en wilden hun leningen afbetalen, maar het geld was er niet. De hele economie stortte in.
De gevolgen van de economische crisis
De Grote Depressie (The Great Depression)
De ineenstorting van de beurs leidde tot een enorme economische crisis in Amerika en Europa, die bekendstaat als The Great Depression (De Grote Depressie). Deze crisis veroorzaakte massale werkloosheid, veel armoede en talloze faillissementen. Bedrijven gingen failliet en mensen verloren hun baan en hun spaargeld.

Amerika vraagt leningen terug
De Verenigde Staten wilden als eerste land weer uit de crisis komen en hun economie opbouwen. Om dit te doen, begonnen ze het geld terug te vragen dat ze na de Eerste Wereldoorlog aan andere landen hadden geleend. Amerika had deze leningen verstrekt om landen te helpen met hun wederopbouw. Nu wilden ze dit geld terug om hun eigen economie weer aan de praat te krijgen en de werkloosheid te bestrijden.
De impact op Europa, vooral Duitsland
Europa, en met name Duitsland, werd heel hard getroffen toen Amerika zijn leningen terugvroeg. Duitsland zat namelijk nog midden in het betalen van de herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog. Dit waren grote sommen geld die zij aan de winnende landen moesten betalen. Duitsland had nog geen financiële reserve opgebouwd en moest nog steeds veel schulden afbetalen. Toen de Verenigde Staten hun leningen terugvroegen, eisten ook andere landen hun geld van Duitsland op, omdat ze zelf economisch zwaar weer hadden. De Duitsers kregen het daardoor extra zwaar.
Politieke gevolgen voor Duitsland
Als gevolg van de zware economische crisis brokkelde de steun voor de Weimarrepubliek in Duitsland heel snel af. De Weimarrepubliek was de democratische regering die na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland was opgericht. De bevolking verloor het vertrouwen in de regering, omdat deze de economische problemen niet kon oplossen.














