Leerdoelen
•Je kunt uitleggen dat het kapitalisme direct zorgt voor een slechtere positie van arbeiders.
•Je kunt benoemen welke oplossing er komt, zodat werkgevers gedwongen kunnen worden de arbeidsomstandigheden te verbeteren.
•Je kunt benoemen wie de grondlegger van het socialisme is.
Hoe veranderde de industrialisatie het leven van arbeiders en fabrikanten?
Door de opkomst van de industrie eind 19e eeuw ontstonden steeds meer grote nieuwe fabrieken. Deze fabrieken pasten binnen het economische systeem van het kapitalisme, waarbij ondernemers investeerden in productie met als doel zoveel mogelijk winst te maken. De groei van de industrie had grote gevolgen voor arbeiders en fabrikanten. Voor veel arbeiders betekende het werken in een fabriek echter zware en ongezonde omstandigheden. Er was in deze periode nog weinig wet- en regelgeving, waardoor fabrikanten zelf de regels mochten bepalen. Hoe groter de fabriek groeide, hoe zwaarder de omstandigheden voor veel arbeiders vaak werden. Zij kregen te maken met:
•Fysiek zwaar werk: er was geen wet- en regelgeving over hoeveel gewicht mensen mochten tillen en hoe zwaar het werk mocht zijn.
•Monotoon werk: mensen moesten de hele dag hetzelfde simpele werk doen, bijvoorbeeld kolen in een machine gooien, om fouten te voorkomen.
•Lange werkdagen: een arbeider werkt soms wel zestien uur lang, zes dagen in de week. Er bleef weinig tijd over voor eten, slapen en vrije tijd.
•Geen pauze of vakantie: dit konden arbeiders niet betalen en het werk moest continu doorgaan.
•Ontslag zonder pardon: als een arbeider klaagde over de werkomstandigheden, werd hij zonder pardon ontslagen zonder uitkering. Een andere arbeider nam direct de plaats over.

Kapitalisme is een economisch systeem waarbij mensen zoveel mogelijk winst willen behalen. Fabrikanten doen een investering om een product te maken en willen meer verdienen dan ze hebben uitgegeven. Dit zorgt ervoor dat zij de productiekosten en dus ook de lonen van arbeiders zo laag mogelijk houden om meer winst te maken.
Wie waren de tegenhangers van het kapitalisme?
De communisten
Karl Marx is de grondlegger van het latere communisme. Hij vond dat het proletariaat, oftewel de arbeidersklasse met weinig bezit, werd onderdrukt door de bourgeoisie. De bourgeoisie zijn de rijke mensen, in dit geval de fabrikanten.

Volgens Marx en de communistische partijen was de enige manier om te voorkomen dat fabrikanten de arbeiders zouden onderdrukken, een klassenstrijd. Hierbij grijpt het proletariaat de macht af van de bourgeoisie. Marx en andere communisten dachten dat dit tot een internationale revolutie zou leiden, dus een revolutie in alle landen ter wereld. Dit moest volgens hen vaak met geweld gebeuren, omdat rijke mensen hun bezit en rijkdom niet vrijwillig zouden afstaan.
De socialisten
De socialisten hadden een probleem met de slechte omstandigheden die ontstonden door het kapitalisme. De eerste socialistische beweging komt op voor arbeidersrechten en wil dat arbeiders een betere positie krijgen in de samenleving en in de fabriek. Ze willen minder economische ongelijkheid en later ook minder ongelijkheid in het algemeen.
De socialisten begonnen met het oprichten van vakbonden. Een vakbond is een arbeidersvereniging. Deze verenigingen zorgen ervoor dat arbeiders niet meer alleen, maar als groep kunnen overleggen met de fabriekseigenaren. Een grote groep kan de rechten van de arbeiders beter vertegenwoordigen. Als één arbeider klaagt, wordt hij ontslagen. Maar als een hele groep klaagt, of zelfs staakt, heeft de fabriekseigenaar een groter probleem.

Vakbonden kunnen ook stakingen organiseren. Bij een staking stopt een hele groep arbeiders met werken. Als de hele afdeling stopt met werken, heeft de fabriekseigenaar minder productie en kan hij niet zomaar iedereen ontslaan.
Een probleem voor de socialistische vakbonden was dat katholieken en protestanten hun eigen vakbonden begonnen. Dit kwam doordat socialisten vaak atheïst waren, wat betekent dat zij niet in God geloven. Katholieken en protestanten wilden hen daarom niet volgen. Hierdoor ontstonden er meerdere, kleinere vakbonden (socialistisch, katholiek en protestants) in plaats van één grote. Dit zorgde ervoor dat de vakbonden minder onderhandelingskracht hadden.
In hoeverre volgen de socialisten de ideeën van Karl Marx?
De socialisten volgden de ideeën van Karl Marx in grote lijnen, maar waren het niet eens over de manier waarop veranderingen moesten plaatsvinden. Karl Marx dacht dat een klassenstrijd gewelddadig zou worden opgelost. Socialisten proberen dit op een democratische manier en met overleggen te regelen.













