Stadhouder Frederik Hendrik, prins van Oranje, verzoekt in 1638 aan het Amsterdamse stadsbestuur koopman Bijland te arresteren die buskruit en wapens levert aan Antwerpen. Een Fransman schrijft hierover:
Hij [koopman Bijland] had geantwoord dat de burgers van Amsterdam vrijheid hadden om overal te handelen; dat hij er honderd kon noemen die aan de Antwerpenaren leverden, dat hij het ook deed, dat de koophandel niet geremd kon worden. En dat hij hun wel betuigen wilde dat men om winst te maken door "de hel varen moest". ( ... ) De heren van Amsterdam hadden hem toen onschuldig verklaard omdat hij maar een leverancier was en alleen gehandeld had in opdracht van Antwerpse kooplieden. Mijnheer de Prins van Oranje was zeer ontstemd over dit verhaal. Hij stuurde gelijk iemand naar Admiraal Tromp met de opdracht om de vier fluiten1 met buskruit en geweren in Texel aan te houden. ( ... ) "Gij ziet", zei hij mij toen, "hoeveel geduld men hebben moet met deze plompaarts2 van kooplieden. Ik heb geen grotere vijanden dan de stad Amsterdam.
noot 1 Een fluit is een scheepstype.
noot 2 Dit betekent lomp en onbehouwen.



