Omstreeks 1362 schrijft de Italiaanse auteur Giovanni Boccaccio het boek Over beroemde vrouwen, met daarin biografieën van Bijbelse, mythologische en historische vrouwen. In het voorwoord staat:
In navolging van hun heilige Leraar [God] dwongen Hebreeuwse en christelijke vrouwen zichzelf meestal tot een bovenmenselijke volharding met het doel eeuwigdurende en ware glorie te behalen. Heidense vrouwen1 echter bereikten hun doel ( ... ) door hun talent of, waarschijnlijker, omdat ze werden aangespoord door een verlangen naar aardse roem.
Daarnaast verkregen christelijke vrouwen, in het ware en altijd schijnende licht, hun verdiende onsterfelijkheid. Ook weten we dat hun maagdelijkheid, zuiverheid, heiligheid en hun standvastigheid in het overwinnen van vleselijke lusten ( ... ), in boeken van vrome mannen zijn beschreven. Er zijn echter nog geen boeken waarin speciaal over de verdiensten van de heidense vrouwen wordt geschreven. Om die reden ( ... ) heb ik dit boek geschreven.
noot 1 Boccaccio bedoelt hiermee vrouwen uit de Grieks-Romeinse mythologie en geschiedenis.



