Bonifacius is als missionaris uitgezonden naar Noordwest-Europa. In 742 schrijft hij in een brief aan paus Zacharias in Rome:
De eenvoudige gewone mensen uit Alamannia, Beieren en Frankenland1 denken, als zij in Rome iets zien wat wij hier [in Noordwest-Europa] als zondig verbieden, dat dit door de priesters te Rome wél wordt getolereerd en toegestaan. Zo verzekeren zij mij bijvoorbeeld te hebben gezien, dat ieder jaar te Rome en in de onmiddellijke nabijheid van de kerk van Petrus2 met nieuwjaarsdag op straat gedanst wordt en dat de mensen er als heidenen feestvieren onder geschreeuw en het zingen van godslasterlijke liederen. Terwijl dag en nacht de tafels beladen staan met allerlei heerlijkheden, wil niemand op die dag aan zijn naasten vuur of gereedschap of iets anders geven dat hij nodig heeft. Men vertelt mij ook dat zij te Rome vrouwen hebben gezien, die volgens heidense zeden amuletten droegen en linten om armen en benen gedaan hadden, en deze artikelen openlijk te koop aanboden aan anderen om ze te dragen.
noot 1 gebieden in het huidige Duitsland
noot 2 Dit is de Sint-Pieterskerk in Rome.



