In 1905 vechten Nederlandse troepen in de kolonie Nederlands-Indië tegen de vorst van Boni, een staat op het eiland Celebes (het huidige Sulawesi). Sergeant Zentgraaff schrijft voor het Bataviaasch Nieuwsblad over de gebeurtenissen na de overwinning van de Nederlanders:
Daar nadert de stoet: voorop de magere kapitein der Wadjorezen1 [die als tolk was ingehuurd], dan de Rijksbestuurder2, oud en vervallen, steunende op een tweetal anderen, en daarna het hoofd der prinsen. Achter deze lopen, tandakkend3 en zwaaiend met vreemdsoortige muziekinstrumenten, enige oude vrouwen, dan wat volgelingen die de sieraden4, in lange kisten verpakt, dragen, en dan weer een hele stoet Boniërs. De muziek zet het Wilhelmus in, en, als de stoet onder het afdak der vorstelijke woning komt, speelt zij het Wien Neerlands Bloed5. Het is een uniek moment: de Boniërs, dragende de symbolen van hun eeuwenoud bestuur, hun volksbestaan, naar de overwinnaar, tussen de bajonetten van onze troepen. |
noot 1 Wadjo was een naam voor de provincie Zuid-Celebes.
noot 2 De Rijksbestuurder bestuurde namens de Bonische vorst het rijk.
noot 3 Tandak is een soort Indonesische dans.
noot 4 Dit zijn de rijkssieraden, ceremoniële voorwerpen van de Boniërs.
noot 5 Dit is het Nederlandse volkslied op dat moment.



