Voorbeeld van een juist antwoord is:
•In de vroege middeleeuwen was in West-Europa sprake van een vrijwel volledige zelfvoorziende/agrarische samenleving (waardoor er (te) weinig kooplieden/ambachtslieden waren om gilden mee te vormen)
•De rondreizende kooplieden waren niet verbonden aan de feodale heersers van de gebieden waar zij door(heen) reisden / reisden ver van de bescherming van hun eigen heer, zodat zij genoodzaakt waren zich te organiseren om hun veiligheid/werkomstandigheden te regelen
•Door de privileges die steden kochten/kregen, konden de ambachtslieden/gilden van die stad regels opstellen die de rondreizende kooplieden benadeelden / die de winst van de rondreizende kooplieden onder druk zetten (wat leidde tot conflicten)