Een anekdote:
Vanaf 1252 verleende gravin Margaretha II van Vlaanderen privileges aan kooplieden uit Duitsland, Frankrijk en Spanje. De kooplieden mochten zich in de stad Brugge vestigen, betaalden minder tol, mochten huizen in de stad kopen en tegen gunstige voorwaarden kelders en pakhuizen huren. De poorters van Brugge verzetten zich aanvankelijk tegen haar besluit die privileges te verlenen.
