In november 1873 schrijft advocaat Victor de Stuers in het tijdschrift De Gids over de afbraak van de oude stadspoorten in een aantal Nederlandse steden:
In de middeleeuwen was het belangrijk om de toegangen tot een stad zo veel mogelijk te versperren; maar tegenwoordig heeft het toegenomen verkeer op vele punten het verruimen van de toegangen nodig gemaakt. Maar daaruit volgt volstrekt niet dat men zonder meer al onze oude poortgebouwen zou moeten opruimen. ( ... ) In andere landen daarentegen probeert men meestal het oude te bewaren en het nieuwe daarmee in harmonie te brengen. Als voorbeeld wijs ik op de spoorweg die van Keulen tot Mainz over een zeer smalle strook grond loopt en toch geen enkel monument op zijn weg vernielde. ( ... ) Vergeten wij niet, dat behalve Italië, geen ander land in de 16e-18e eeuw op het gebied der kunst zoveel heeft voortgebracht als Nederland, en dat wij, wat roemrijke rol in de geschiedenis betreft, voor niemand hoeven te wijken.
