Een ooggetuige beschrijft het optreden van Spaanse soldaten in de stad Antwerpen in 1576:
Als het gaat om personen en nationaliteiten, spaarden ze vriend noch vijand, geen Portugees en geen Turk. Als het gaat om beroep of geloofsovertuiging, dan moesten de Jezuïeten1 net zo goed hun geld afgeven als alle andere religieuze instellingen hun geld en edelmetaal en verder alles van waarde wat zich liet wegdragen. De rijken werden geplunderd om wat ze hadden; de armen werden opgehangen omdat ze niets hadden.
noot 1 Jezuïeten zijn de leden van de Sociëteit van Jezus, een katholieke orde.
