Philipp Jacob Siebenpfeiffer, een van de organisatoren van een meerdaags politiek festival in de Beierse plaats Hambach in 1832, houdt daar een toespraak waarin hij zegt:
En hij zal komen die dag, de dag van de zuiverste overwinningsroes, waarop Duitsers uit de Alpen, van de Rijn, de Donau en de Elbe elkaar als broeders zullen omarmen, waarop de tolpalen, de slagbomen en alle andere formele tekenen van de scheiding, de hindernissen en de onderdrukking verdwijnen. ( ... ) Waarop vrij verkeer over vrije straten getuigt van het vrijkomen van onze nationale krachten en energie; waarop de vorsten hun bonte hermelijnen mantels die de pretentie uitstralen dat zij plaatsbekleder zijn van God, omruilen voor mannelijke toga's van Duitse waardigheid. En de ambtenaar en de soldaat zich niet meer tooien met het bediendenjasje van de heren en meesters, maar met de tekenen van hun verbondenheid met het volk. ( ... ) Als de vorsten hun troon daarboven in de wolken niet verlaten om gewone burgers te worden, dan zal het Duitse volk zelf, op een moment van groots enthousiasme, het werk voltooien, waarvoor hun ziekelijke verwaandheid en egoïsme terugdeinzen.
