Twee fragmenten over kennis:
fragment 1
In de vierde eeuw voor Christus schrijft Aristoteles in zijn boek Metafysica:
“Alle mensen streven van nature naar kennis. Een aanwijzing daarvoor is hun voorliefde voor waarnemingen. Die voorliefde geldt met name voor de waarneming met de ogen. Niet alleen om ons handelen mogelijk te maken: ook als wij geen handeling overwegen, kiezen wij het zien boven alle andere waarnemingen. De oorzaak hiervan is dat vooral deze waarneming ons de dingen leert kennen."
fragment 2
In 1787 schrijft Kant in de tweede oplage van zijn boek Kritiek van de zuivere rede:
"Dat al onze kennis met ervaring begint, daaraan kan men niet twijfelen, want hoe zou het vermogen tot kennen in de mens anders tot activiteit aangezet worden, als het niet geraakt zou worden door objecten die onze zintuigen prikkelen en daardoor enerzijds voorstellingen (in het bewustzijn) veroorzaken, anderzijds het verstand activeert deze voorstellingen te vergelijken, ze te verbinden of te scheiden, en zo de ruwe stof van de zintuigelijke indrukken te verwerken tot kennis van de objecten?"
