In 234 vertrekt keizer Severus Alexander vanuit Rome naar het noorden voor een militaire expeditie. De Romeinse geschiedschrijver Aelius Lampridius schrijft over dit vertrek:
Hij vertrok nu voor de Germaanse Oorlog, waarbij allen vurig op een overwinning hoopten. Met tegenzin lieten ze hem vertrekken en allen die hem uitgeleide deden vergezelden hem nog honderd of honderdvijftig mijl. Voor de gemeenschap en voor hemzelf was het een zeer ernstige zaak dat Gallië door verwoestende invallen van de Germanen geplunderd werd. Het gevoel van schaamte werd nog versterkt doordat ( ... ) de Romeinse gemeenschap zwaar gebukt ging onder een volk dat zich altijd zelfs aan onbetekenende keizers onderworpen leek te hebben.
