De volgende beschrijvingen van het spelen van spelletjes staan in willekeurige volgorde:
1.De jonge monniken van de eerste kloosters in Noordwest-Europa moesten bij een spel kegels omverwerpen die de duivel voorstelden.
2.De Spanjaard Diego Durán, die naar het recent ontdekte Amerika verhuisde, schreef dat bij het Azteekse balspel ullamaliztli spelers soms gewond raakten door de drie kilo wegende bal die ze met heupen en billen over de middellijn moesten krijgen.
3.In Brussel, dat door de opkomende handel en nijverheid aan het groeien was, verbood het stadsbestuur het kolven. De houten ballen die met een stok werden weggeslagen, veroorzaakten te veel schade.
4.In de Griekse stadsstaat Sparta werd het spel episkyros, waarbij twee teams een bal naar elkaar toe schopten of gooiden, erg gewelddadig gespeeld.
5.Nederlandse schilders beeldden in de Gouden Eeuw spelers van het bordspel triktrak af als symbool voor spilzucht en zedeloosheid.
6.Soldaten die de grenzen van het uitgestrekte Romeinse Rijk verdedigden, speelden graag het ludus latrunculorum, een militair-strategisch bordspel voor twee spelers.
