Chris van Esterik herinnert zich hoe hij in de jaren 1960 op het schoolfeest van zijn gymnasium in Tiel voor het eerst popmuziek draait met zijn eigen bandrecorder:
Ik gloeide van trots en geestdrift. ( ... ) Ik kon op die avond het hele klassieke bolwerk bestoken met ritmes en klanken die niet uit het geleerde hoofd kwamen maar uit de onderbuik. Opeens, terwijl de muziek door beukte, werd de massa doodstil en hield op met dansen. Onaangekondigd stond daar in de deuropening de rector. Hij zei niets, stak zijn kin nog eens extra vooruit, zijn ogen schoten vuur. ( ... ) Binnen de muren van zijn eigen klassieke rijk waren de laatste dagen van Rome aangebroken. De Vandalen hadden de eerste verdedigingslinie van het grondgebied al veroverd. Ik zette mijn bandrecorder uit. Overdonderd en gedwee pakten we ons boeltje op. Zonder een woord van discussie was het feest onmiddellijk afgelopen. Als een ware Romeinse veldheer had hij bij zijn eerste confrontatie met de jaren zestig een klinkende overwinning behaald.
