In 1862 nam de Nederlandse Tweede Kamer na jarenlange discussie een wet aan waarin de afschaffing van de slavernij in de plantagekolonie Suriname en op de Antillen werd geregeld. In de wet werd bepaald dat:
•de slaven direct werden vrijgelaten en
•de vrijgelaten slaven verplicht waren een arbeidscontract met plantage-eigenaren af te sluiten voor tien jaar.
Uit deze bepalingen kun je afleiden dat de wet een compromis was.
