In 1663 bezoekt de Fransman Balthasar de Monconys de stad Amsterdam. Hij schrijft hierover:
Daarna begaven we ons naar de admiraliteit1. ( ... ) Het marinepakhuis [van de admiraliteit] is een reusachtig bakstenen gebouw, bestaande uit een grote binnenplaats met daaromheen vier dubbele hoofdgebouwen van elk drie verdiepingen. Daarin lagen alle toebehoren voor zeventig [oorlogs]schepen gesorteerd. Alles ligt keurig geordend en van elk voorwerp zijn wel drie stuks ( ... ). Eenzelfde overvloed is te vinden in het Indische magazijn.
noot 1 De admiraliteit is verantwoordelijk voor de organisatie van de marine en is verantwoording schuldig aan de Staten-Generaal.
