In de vroege middeleeuwen lagen door het hele Duitse rijk 'paltsen', die bestonden uit woonruimtes en voorraadschuren en waren omringd door landgoederen. Het was gebruikelijk voor de Duitse koning om met zijn hofhouding, die vaak bestond uit honderden personen, rond te reizen van palts naar palts.
Dit gebruik van het rondreizen door de koning was economisch en politiek noodzakelijk in de vroege middeleeuwen.
