•Uit het antwoord moet blijken dat een referendum bij een democratie past, omdat de regering burgers om hun mening vraagt / burgers directe inspraak krijgen in het bestuur.
•Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (twee van de volgende onderdelen; per juist onderdeel 1 scorepunt):
•Het vak 'ja' is veel groter dan het vak 'nee' (waarmee aan de stemmers de boodschap wordt afgegeven wat de door de regering gewenste / de 'juiste' stem is).
•Er is maar één partij aangegeven waaraan men een stem kan geven.
•De naam van Hitler is groot afgebeeld.
•Twee verschillende besluiten worden met één stem afgehandeld (waardoor een stem vóór de partij van Hitler automatisch een stem vóór het besluit over de annexatie van Oostenrijk is en andersom).
•Uit het extreem hoge opkomstpercentage / hoge aantal ja-stemmers blijkt dat deze gegevens waarschijnlijk werden gemanipuleerd / niet betrouwbaar zijn.
•Uit de vraagstelling van het referendum blijkt dat het eigenlijke besluit al is genomen.
Opmerking Bij de eerste deelvraag wordt het scorepunt niet toegekend voor antwoorden waarin het aspect van directe democratie niet wordt benoemd (en waarin bijvoorbeeld enkel wordt benoemd dat burgers kunnen stemmen).
Opmerking
Bij de eerste deelvraag wordt het scorepunt niet toegekend voor antwoorden waarin het aspect van directe democratie niet wordt benoemd (en waarin bijvoorbeeld enkel wordt benoemd dat burgers kunnen stemmen).