Hieronder staat eerst een herinnering. Daarna volgt een kaart met vijf nummers.
Herinnering van een Nederlandse vrouw aan een kamp (1944):
Zeker tweemaal per dag moesten wij vrouwen in rijen gaan staan, samen met de kinderen. Dan wachtten we tot de controle kwam. We moesten altijd buigen. Trouwens ook op het plein als er een Japanner over liep. Dan moest de eerste die hem zag meteen heel hard roepen en sprong iedereen in de houding. Negentig graden vooroverbuigen, handen langs de bovenbenen en over de knie. Als hij voorbij was, mocht je weer omhoog.




