Uit het dagboek van een Amsterdammer (1941):
In groepen verlieten de arbeiders en kantoorbedienden hun werkplaatsen. Door de straten vlogen de berichten van mond tot mond. "De trams rijden niet!" Lege straten. Geen trams, bijna geen auto's. Ook bij veel transportbedrijven hadden de arbeiders en chauffeurs het werk neergelegd. De winkels waren bijna overal gesloten. Tegen de Jodenvervolging, tegen de onmenselijkheid.



