Hieronder staan twee beschrijvingen van razzia's tijdens de Tweede Wereldoorlog:
1.In augustus 1942 werden in Scheveningen honderden families, inclusief kinderen en bejaarden, opgepakt. De mensen werden bijeengebracht in een school. Vandaar werden ze met de trein gedeporteerd richting concentratiekampen.
2.In november 1944 werden in Rotterdam 52.000 personen tussen de 17 en 40 jaar opgepakt. Ze werden bijeengebracht in een voetbalstadion. Ze werden naar Utrecht vervoerd en vandaar naar Duitsland.
Drie groepen mensen:
a Joden
b mannen die geschikt waren voor de gedwongen tewerkstelling
c verzetslieden
$\rightarrowGeef per beschrijving aan tegen welke groep de razzia gericht was.
Let op! Er blijft één groep mensen over.
Doe het zo:
In beschrijving 1 is de razzia gericht tegen: … (vul letter in).
In beschrijving 2 is de razzia gericht tegen: … (vul letter in).
