In 1873 diende het Tweede Kamerlid Van Houten een wetsvoorstel in om de kinderarbeid te verbieden. Twee andere Tweede Kamerleden deden een voorstel om het wetsvoorstel aan te passen.
$\rightarrowGeef eerst aan van welk recht Van Houten gebruik maakte door het indienen van een wetsvoorstel.
$\rightarrowGeef daarna aan van welk recht de andere Tweede Kamerleden gebruik maakten door het voorstel te doen om het wetsvoorstel aan te passen.
Doe het zo:
Van Houten: ...
andere Tweede Kamerleden: ...
