Hieronder staan drie omschrijvingen van drie politiek leiders in Nederland in de periode 1848-1900:
1.Hij was de belangrijkste schrijver van de nieuwe Grondwet van 1848 die gebaseerd was op liberale ideeën.
2.Hij was een van de oprichters van de SDAP en zat ruim 25 jaar in de Tweede Kamer voor deze partij.
3.Hij was priester en wilde ervoor zorgen dat katholieken niet langer als tweederangs burgers werden gezien.
$\rightarrowGeef per omschrijving aan om welke politiek leider het gaat.
Doe het zo:
Bij 1 hoort … (noem de naam van de politiek leider).
(enzovoort tot en met 3)
