Een gedeelte uit een dagboek (1989):
Het lijkt wel een droom. De grenswachten laten ons door, in de richting van het onbekende deel van de stad. We rijden het gebied door dat 28 jaar lang een levensgevaarlijk gebied was. En plotseling zien we wuivende en juichende mensen die ons ontvangen. Mijn dochter vraagt me om de auto te stoppen. Ze wil alleen maar even haar voet op de straat zetten. Even de grond aanraken. Ze was hier nooit eerder geweest.
