De Nederlandse regering kon in de tijd van het modern imperialisme bedrijven contracten geven, zodat deze bedrijven suiker uit Indonesië mochten verhandelen. Koning Willem III vroeg aan de minister van Koloniën of twee van zijn vrienden zo'n contract konden krijgen. De minister van Koloniën gaf beide vrienden van de koning een contract, zonder daarover de Tweede Kamer in te lichten. De Tweede Kamer ontdekte dit en stelde hierover kritische vragen aan de minister. De minister moest deze vragen beantwoorden.
Welke taak voerde de Tweede Kamer uit?
