Hieronder staan vier gebeurtenissen die te maken hebben met Duitsland in de periode 1918-1939:
1.De Duitse keizer vlucht naar Nederland.
2.Duitsland wordt extra zwaar getroffen door de beurskrach.
3.Het Dawesplan wordt ingevoerd.
4.Tijdens de Kristallnacht worden minstens 7.500 winkels verwoest.
→ Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst … daarna … , vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).
