In 1854 nam de Tweede Kamer een wetsvoorstel voor betere en gezondere woningen niet aan. In 1901 werd een vergelijkbaar wetsvoorstel wél aangenomen. Een mogelijke verklaring voor de veranderde houding van de Tweede Kamer komt door het Caoutchouc-artikel. → Leg uit dat door de invoering van het Caoutchouc-artikel de kans groter was geworden dat dit wetsvoorstel later wél aangenomen werd.
Doe dat door:
•eerst aan te geven wat in het Caoutchouc-artikel werd geregeld
•en daarna een reden te geven waardoor het Caoutchouc-artikel de kans vergrootte dat het wetsvoorstel werd aangenomen.
