Een invulopdracht over de eigenaar van een Duits kledingbedrijf:
1.In 1931 werd hij lid van de ...(1)... , de partij van Hitler. Door het contact met de nazi's kon hij een nieuw bedrijf beginnen.
2.Hij maakte de uniformen van de nazi-knokploeg, de …(2)… , ook wel de Bruinhemden genoemd.
3.Ook de zwarte uniformen van de elitesoldaten, de ...(3)... , ook wel de Duitse Zwarthemden genoemd, werden door hem gemaakt.
→ Maak de tekst kloppend door de namen van de organisaties in te vullen.
Doe het zo: Bij zin 1 hoort … (vul de naam van een organisatie in). (enzovoort tot en met zin 3)
