Een deel van een sprookje met dieren waarin een spin aan een bij uitlegt wat mensen zijn (1890):
De bij en de spin keken door het keukenraam naar binnen. De mens nam een hap eten. Plotseling stond de mens op en sloeg naar het kromgebogen wezen dat het eten had gebracht. Het wezen boog nog dieper voor de mens.
'Wie is dat, die zo laf bukt voor de mens?', vroeg de bij.
'Dat is nou de vrouw', zei de spin.
'Nou,' zei de bij, 'dat is dan echt een laf wezen.'
'Dat is niet háár schuld!' riep de spin. 'Godsdienst, wetten en traditie hebben haar eeuwen verteld dat het zo hoort. Zij heeft deze onzin al die tijd geloofd.' |
