Colijn en Drees zijn allebei minister-president van Nederland geweest.
Hieronder staan vijf uitspraken:
1.Hij voerde de aanpassingspolitiek in.
2.Hij was betrokken bij de opbouw van de verzorgingsstaat.
3.Hij was minister-president in de tijd van de wederopbouw.
4.Hij was minister-president tijdens de crisis van de jaren 30.
5.Hij was minister-president tijdens de soevereiniteitsoverdracht met Indonesië.
Doe het zo:
Uitspraak 1 gaat over … (kies uit: Colijn / Drees).
(enzovoort tot en met uitspraak 5)


