In 1875 schrijft dominee Hoedemaker in de brochure De Fabrieksarbeiders te Veenendaal:
Levendig herinner ik mij de indruk, die de bleke, ingevallen, verouderde, scherp getekende gelaatstrekken van de jongens en meisjes ( ... ), op mij maakten vooral gedurende de eerste weken van mijn verblijf te Veenendaal. Nooit vergeet ik het ongewone geluid van de fabrieksbel, die mij vaak wekte, terwijl alles buiten nog donker en stil was, en hoe ik te midden van de afgemeten voetstappen der oudere arbeiders, het getrappel van kleine voetjes kon onderscheiden, die zich voorbij de woningen waar alles nog 'in de rust was', naar het werk spoedden. Ik wist, dat er kinderen voorbijgingen, die misschien dezen morgen al slapende uit bed getild waren om, op de kille stenen van den vloer wakker geschud, tot bezinning te komen.



