De abolitionist Carl Wadstrom reist in 1787 naar Afrika en publiceert daarover een boek. Hierin staat over een koning in West-Afrika:
De koning had in het jaar 1787 een wet aangenomen die hem tot eer strekte, namelijk dat geen slaaf meer door zijn rijk mocht worden vervoerd. In die tijd lagen verschillende Franse schepen1 te anker in de Senegalese baai, wachtend op slaven. De route van de handelaren in zwarte mensen was door deze wet van de koning geblokkeerd en ze brachten de slaven daarom naar andere gebieden. De Fransen die hierdoor hun lading niet kregen, klaagden bij de koning. Hij was echter niet onder de indruk van hun klachten en gaf de geschenken terug die de Senegalese Compagnie hem stuurde. Hiervan was ik zelf getuige, en hij [de koning] verklaarde dat alle rijkdommen van de Compagnie hem niet van gedachte zouden doen veranderen.
noot 1 De Franse schepen waren onderdeel van de Senegalese Compagnie, een organisatie waarmee de Fransen handel dreven in Afrika.



