Pieter Schaghen zit in het bestuur van de handelsorganisatie West-Indische Compagnie (WIC) te Amsterdam. Op 7 november 1626 schrijft hij:
Gister is het schip Het Wapen van Amsterdam gearriveerd. Het is vertrokken uit Nieuw-Nederland1 op 23 september. Ze brengen de boodschap dat het volk2 gezond is en in vrede leeft. De vrouwen hebben daar kinderen gebaard en ze hebben het eiland Manhattan van de wilden3 gekocht voor 60 gulden ( ... ). Er is koren gezaaid in mei en gemaaid in augustus. Ze hebben voorbeelden van deze zomergranen gestuurd: tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, kanariezaad, bonen en vlas. De lading van het schip is: 7246 bevervellen, 675 ottervellen, 48 nertsvellen.
noot 1 een gebied in Noord-Amerika waar Nederlandse kolonisten zich vestigen
noot 2 de Nederlandse kolonisten
noot 3 Schaghen bedoelt de oorspronkelijke bevolking.



