In maart 1933 zoeken nationaalsocialistische ordetroepen naar communistische documenten in huizen van Joodse inwoners van het Duitse stadje Niederstetten. Hoewel ze geen documenten vinden, arresteren en mishandelen de ordetroepen toch tien Joodse mannen. Een Joodse inwoner vertelt hierover:
Daarna werden de slachtoffers die bijna niet meer konden staan naar de Raadskamer gebracht waar ze tegen een muur moesten staan - de 'Klaagmuur' noemden de nazi's het. Nadat ze gedwongen waren de Hitlergroet te brengen, mochten ze het stadshuis verlaten. De meesten van hen waren te zwak na de mishandeling en moesten naar huis worden gedragen door familieleden. Alle slachtoffers waren enkele weken onwel en eentje heeft zijn spraakvermogen verloren. Er moet gezegd worden dat de niet-Joodse bevolking van de stad, waarvan de meerderheid bij de verkiezingen van 5 maart op de nationaalsocialisten had gestemd, heel verontwaardigd was over wat er was gebeurd. Een oude inwoner zei: 'Hitler zou dit zeker hebben afgekeurd'. |



