Tijdens de eerste reis (1497-1499) van de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama naar India houdt soldaat Alvaro Velho voor zichzelf een reisverslag bij. In het reisverslag, dat in de negentiende eeuw voor het eerst wordt gepubliceerd, beschrijft Velho de voorbereiding van een ontmoeting tussen Da Gama en de koning van Calicut1).
De dag daarop had de bevelhebber [Da Gama] de volgende geschenken gereed liggen om aan de koning te sturen: twaalf lappen gestreepte katoen, verder nog een koffer met zes metalen waskommen, een kist suiker, twee vaatjes olijfolie en twee vaatjes honing. Omdat het in dit land het gebruik is dat men de koning niets brengt zonder eerst (...) zijn huisbediende, en vervolgens de wali2) ervan in kennis te stellen, kwamen die bij ons langs. Ze begonnen om de geschenken te lachen. Zij zeiden dat men dit de koning niet kon aanbieden en dat de armste koopman die uit Mekka3) kwam meer gaf dan dit. Als Vasco da Gama de koning geschenken wilde aanbieden, moest het van goud zijn. |
noot 1 een stad in India, het huidige Kozhikide
noot 2 De wali is een belangrijke ambtenaar van de Indiase koning.
noot 3 een Arabische stad



