Tijdens het debat in 1974 over de 'Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen' zegt kamerlid Gerrit van Dam:
Onze fracties1 juichen het toe, dat in toenemende mate de vrouw qua opleiding, arbeidsplaats enzovoort, dezelfde kansen krijgt en neemt als de man. Zij juichen het echter evenzeer toe, dat de vrouw in het volle besef van haar verantwoordelijkheid de taakverdeling tussen haar en haar man zo kiest, dat aan het gezin een hogere prioriteit wordt toegekend dan aan het leveren van een rechtstreeks beloonde bijdrage aan het productieproces.
noot 1 Gerrit van Dam spreekt namens drie confessionele partijen.



