In 1932 schrijft Ge Nabrink over een Indische tentoonstelling in Den Haag met muziek-, dans- en ambachtsdemonstraties, Indisch eten en authentieke gebouwen:
Wat getoond wordt is niet het ware beeld van het Nederlandse kolonialisme. De 'Indische Tentoonstelling' is een wanhopige poging het optreden van de Nederlandse bezittende klasse te rechtvaardigen en goed te praten. Denkende arbeiders laten zich niet om de tuin leiden. ( ... ) Niet om beschaving en niet om godsdienst, maar om winst regeert de terreur van de Nederlandse bourgeoisie in Indonesië. Nu en vroeger! De koloniale geschiedenis van Nederland druipt van het bloed. Bloed van een onbeschermd volk, getrapt en gekneveld zonder ophouden van 1600 tot 1932.



