De Nederlandse schrijver Kees van Kooten (1941) zei over de jaren 1960:
"De parka [jas] moest je hebben. Die had van die hoge schuine zakken. Daar hoorde een bepaald loopje bij. Met de handen bovenin de loopzakken en daar droeg je dan suède laarzen bij. Dat vonden je ouders natuurlijk verschrikkelijk, zoals het hoort."
Kees van Kooten beschreef een sociaal-cultureel veranderingsproces in de tweede helft van de twintigste eeuw.


