In de achttiende eeuw richtte de gouverneur van de Nederlandse kolonie Suriname een soldatenkorps op, om een einde te maken aan opstanden en vernielingen door weggelopen slaafgemaakten. Voor het korps werden Surinaamse slaafgemaakte mannen geselecteerd. Enkele gegevens:
1.De vergoeding die plantage-eigenaren kregen voor een geselecteerde man was een stuk hoger dan de economische waarde van de slaafgemaakte.
2.Leden van het korps kregen een militaire training en wapens om te vechten.
3.Leden van het korps konden hun vrouwen en kinderen, die ze moesten achterlaten op de plantages, bezoeken.
De plantage-eigenaren waren eerst tegen de oprichting van het korps, maar het korps bleek wel effectief.


