Op 7 november 1870 staat deze ingezonden brief in de Nederlandse krant Het Algemeen Handelsblad:
Er zijn zoveel duizenden vrouwen, die hun tijd alleen maar verspillen en veel liever nuttig werkzaam zouden zijn. Het zijn er helaas nog zoveel, die het ontbreekt aan de zin om te werken of die door een dwaas vooroordeel denken, dat werken niet netjes is. Anderen denken dat als je maar genoeg geld hebt, je anderen kunt laten werken. Hoe graag zou ik hen allen willen toeroepen: arbeid adelt en ontsiert niemand. De mogelijkheden om te werken zijn zo groot. Nederlandse vrouwen en meisjes, laat u niet door anderen overtreffen. ( ... ) Laat iedereen die daar zin in heeft en iets kan, proberen met eigen hand iets goeds te maken, zodat gezien kan worden wie bekwaamheid en aanleg heeft; zodat niemand meer wordt uitgesloten.
