De Duitse soldaat Johann Herbert vecht in de Eerste Wereldoorlog. Zijn zoon schrijft:
Hij had een been verloren en hij weigerde een houten been te gebruiken. In plaats daarvan bewoog hij door het huis in een rolstoel en schold op de 'bureaucraten en bloedzuigers' die Duitsland in ongenade hadden laten vallen. Hij beschreef de leiders van de regering als verraders, die hij geen loyaliteit of trouw schuldig was. Toen ik de zwart-rood-gouden vlag van de nieuwe republiek meebracht naar huis (de oude vlag was zwart-wit-rood), scheurde hij die in stukken, spuugde erop, sloeg me in het gezicht en verbood me dat vod ooit nog mee naar huis te brengen.
