Les over 5 De wereld vanaf 1990
Veranderingen vanaf de jaren tachtig
De VN en the war on terror
De verzorgingsstaat en pluriforme samenleving in Nederland

Hoe veranderde de wereld vanaf 1990 door globalisering?
Leerdoelen
•Je kunt de toenemende verbondenheid door globalisering en de ongelijke verdeling van de voordelen daarvan met voorbeelden beschrijven.
•Je kunt de opkomst van het nationalisme in Europa en de politieke islam in het Midden-Oosten in de jaren 1990 en de gevolgen daarvan uitleggen.
•Je kunt het ontstaan van de multiculturele samenleving in Nederland en de verschillende opvattingen hierover uitleggen.
Belangrijke jaartallen
•1945: einde van de West-Europese overheersing in koloniën en het begin van toenemende wereldwijde verbondenheid.
•1989: grote politieke veranderingen in Oost-Europa en het oplaaien van nationalisme na de val van het communisme.
•1991: het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, waarna de Verenigde Staten als enige supermacht overbleven.
•11 september 2001: terroristische aanslagen in de VS (9/11), wat leidde tot de Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme.
Globalisering en afhankelijkheid
Tot 1945 overheersten West-Europese landen veel gebieden in Afrika en Azië om grondstoffen te halen en industrieproducten te verkopen. Na 1945 werden bijna alle koloniën onafhankelijk, maar de rijkdom in de wereld bleef ongelijk verdeeld. Vanaf 1945 raakten landen wereldwijd op politiek, economisch en cultureel gebied steeds sterker met elkaar verbonden. Dit proces heet globalisering.
•Politiek gebied: landen gingen meer samenwerken in internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties.
•Economisch gebied: economieën raakten sterk verweven en grote bedrijven kregen vestigingen over de hele wereld.
•Cultureel gebied: mensen namen steeds meer van elkaar over door de uitvinding van de televisie en vanaf de jaren 1990 door de snelle informatie-uitwisseling via het internet.
Economische en politieke afhankelijkheid
Door globalisering zijn landen afhankelijk van elkaar geworden:
•Economische afhankelijkheid: Europese bedrijven hebben grondstoffen uit Afrika en onderdelen uit Azië nodig, terwijl het rijke Europa een belangrijke afzetmarkt is voor Aziatische kleding en elektronica en Afrikaanse landbouwproducten. De voordelen zijn echter ongelijk verdeeld. Inwoners van voormalige koloniën zijn gemiddeld veel armer. Westerse landen halen er vaak goedkope grondstoffen in ruil voor politieke steun aan niet-democratische leiders, zoals de steun van de Verenigde Staten aan Saudi-Arabië voor de aankoop van olie. Wel groeide de welvaart in Aziatische landen zoals Japan, Zuid-Korea en China, waarvan de economie binnenkort groter zal zijn dan die van de VS.
•Politieke afhankelijkheid: voor het oplossen van grote wereldwijde problemen hebben landen elkaar nodig. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten landen afspraken maken over het verminderen van broeikasgassen. Ook bij conflicten en armoede, die wereldwijd leiden tot tientallen miljoenen vluchtelingen, maken landen afspraken over opvang en armoedebestrijding.
Veranderingen in de wereldpolitiek
Toen in 1991 de Sovjet-Unie ophield te bestaan, bleven de Verenigde Staten over als enige supermacht. Het leek als de westerse manier van leven met vrijheid, democratie en kapitalisme had gewonnen, maar de Amerikaanse macht kwam al snel onder druk te staan.
Ontwikkelingen in Europa
Sinds 1989 vonden er in Europa twee grote veranderingen plaats:
•Uitbreiding van de Europese Unie en de NAVO: voormalige Oost-Europese landen waren geen satellietstaten van Rusland meer en werden democratieën. Met steun van de EU wilden zij hun economie moderniseren. Ook sloten zij zich aan bij de NAVO om als bondgenoot van de VS bescherming te zoeken tegen Rusland.
•Opkomst van het nationalisme: tijdens de Koude Oorlog was er in Oost-Europa geen vrijheid van meningsuiting en was het uiting geven aan nationalistische gevoelens verboden. Na 1989 leefde het nationalisme op en eisten verschillende volken een eigen staat. Dit leidde tot het uiteenvallen van Tsjechoslowakije in Tsjechië en Slowakije, en tot een burgeroorlog tussen volken in Joegoslavië.
De VS en de politieke islam
In het Midden-Oosten groeide de afkeer van de Verenigde Staten door drie belangrijke oorzaken:
1.De VS steunden ondemocratische leiders die weinig deden tegen armoede.
2.De VS steunden de staat Israël, waarvan de stichting door veel inwoners in het Midden-Oosten als onwettig en onrechtvaardig werd gezien.
3.Sommige inwoners namen de westerse manier van leven over, maar anderen zagen dit juist als de oorzaak van problemen en geloofden dat een betere samenleving ontstaat door het beter naleven van islamitische leefregels.
Hierdoor groeide de populariteit van de politieke islam: een beweging die wil dat de samenleving wordt bestuurd volgens een bepaalde, strenge uitleg van de islam.
Terrorisme en de oorlog tegen het terrorisme
Een klein aantal aanhangers van de politieke islam werd steeds radicaler en ging over tot terrorisme: het gebruik van geweld om mensen angst aan te jagen en zo politieke doelen te bereiken. Sinds de jaren 1990 vonden er een reeks aanslagen plaats, meestal in het Midden-Oosten met moslims als slachtoffer, maar soms ook gericht tegen het Westen.

Op 11 september 2001 (9/11) kwamen bij terroristische aanslagen in de VS bijna 3.000 mensen om het leven. Als reactie hierop begonnen de Verenigde Staten een oorlog tegen het terrorisme en vielen zij onder meer Afghanistan binnen.
Nederland en de multiculturele samenleving
Door globalisering verhuizen mensen gemakkelijker naar andere landen. Hierdoor ontstond in veel landen, waaronder Nederland, een multiculturele samenleving (ook wel een pluriforme samenleving genoemd): een samenleving waarin groepen mensen met verschillende culturen samenleven.
Vier groepen migranten in Nederland
Vanaf 1945 kwamen er vier belangrijke groepen migranten naar Nederland:
1.Migranten uit vroegere koloniën: honderdduizenden mensen uit Nederlands-Indië en Suriname vestigden zich in Nederland na de onafhankelijkheid van deze landen uit zorg over hun toekomst.
2.Gastarbeiders: in de jaren 1970 vestigden veel gastarbeiders die al jaren in Nederland werkten zich hier definitief en lieten hun gezin overkomen.
3.Vluchtelingen: vanaf de jaren 1990 zochten steeds meer mensen die op de vlucht waren voor oorlog of vervolging veiligheid in Nederland.
4.EU-migranten: ongeveer de helft van alle migranten in Nederland komt uit een ander land binnen de Europese Unie.
Maatschappelijke veranderingen en integratiebeleid
In de jaren 1970 en 1980 veranderden oude wijken in grote steden snel door de huisvesting van Surinamers en gezinnen van gastarbeiders. Er ontstonden sociale problemen door verschillende oorzaken:
•Tot in de jaren 1980 vond de regering inburgering niet nodig omdat zij dacht dat gastarbeiders zouden terugkeren of vanzelf wel zouden inburgeren, waardoor velen weinig Nederlands spraken.
•Tijdens de economische crisis van de jaren 1980 raakten veel gastarbeiders werkloos. Zij hadden vaak weinig scholing en vonden moeilijk nieuw werk.
Rond 1990 veranderde het beleid van de overheid: nieuwe migranten werden verplicht de Nederlandse taal te leren en de overheid ging meer doen om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan.
Opkomst van anti-migratiepartijen
In reactie op het ontstaan van de multiculturele samenleving werden politieke partijen opgericht die tegen immigratie waren. Deze partijen waren vaak populistisch (gericht op de stem van het volk) en keerden zich soms tegen de islam. Een voorbeeld is de partij die Pim Fortuyn rond 2000 oprichtte. Hij vond dat de multiculturele samenleving was mislukt, omdat sommige migrantengroepen achterbleven in opleiding en inkomen en vooral islamitische migranten zich volgens hem te weinig aanpasten aan de Nederlandse cultuur.