Les over 4 Oorlog in Indonesië
Oorlog in Azië
Indonesië vecht zich vrij

Oorlog in Indonesië: de strijd om onafhankelijkheid
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe in Nederlands-Indië vóór 1940 het verzet tegen Nederland groeide.
•Je kunt beschrijven wat er met Nederlands-Indië gebeurde tijdens de Japanse bezetting.
•Je kunt uitleggen hoe de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog verliep en hoe Indonesië onafhankelijk werd.
Belangrijke jaartallen
•1942 – 1945: Japanse bezetting van Nederlands-Indië.
•17 augustus 1945: Soekarno roept de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit.
•1945 – 1949: De Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.
•1947 en 1948: Nederland voert twee grootschalige militaire acties uit (de politionele acties).
•27 december 1949: De officiële soevereiniteitsoverdracht; Indonesië wordt een onafhankelijk land.
Roep om onafhankelijkheid
Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) was eeuwenlang een kolonie van Nederland. Het enorme gebied werd bestuurd door een kleine groep witte Nederlanders. Hoewel er altijd verzet was geweest, bleef dit lang versnipperd. De inheemse bevolkingsgroepen werkten weinig samen door grote onderlinge verschillen, waardoor Nederland opstanden makkelijk kon onderdrukken. Aan het begin van de 20e eeuw veranderde dit door twee belangrijke ontwikkelingen:
•De invloed van Japan: Japan versloeg het Russische leger en breidde zijn rijk uit. Dit gaf Indonesiërs het besef dat Europese landen niet onoverwinnelijk waren.
•De opkomst van het nationalisme: Er ontstond een sterk gevoel van nationalisme, wat betekent dat mensen trots zijn op hun eigen land, volk en cultuur. Indonesiërs kregen het gevoel dat zij samen één volk vormden en richtten eigen organisaties op, waardoor het verzet massaler en beter georganiseerd werd.
Soekarno
Het verzet werd geleid door jonge, hoogopgeleide Indonesiërs die evenveel scholing hadden gehad als de Nederlandse bestuurders. Zij eisten inspraak in het bestuur. Een van de belangrijkste jonge leiders was Soekarno. Toen Nederland weigerde inspraak te verlenen, besloot Soekarno niet meer met de Nederlanders samen te werken. Hij streefde naar volledige dekolonisatie: het proces waarin koloniën onafhankelijk worden van Europese landen. Soekarno richtte een eigen politieke partij op en kreeg met zijn toespraken veel aanhang. De Nederlandse regering voelde zich hierdoor bedreigd, zette hem gevangen en verbood zijn partij.

De Japanse bezetting (1942-1945)
In maart 1942 viel Japan Nederlands-Indië aan. Het Nederlandse leger werd snel verslagen en de Japanse bezetting begon. De Japanners sloten Nederlandse burgers en Indo-Europeanen op in gevangenkampen onder slechte omstandigheden. Soekarno en andere nationalisten werden juist vrijgelaten om te helpen bij het bestuur. Tijdens de bezetting groeide het Indonesische nationalisme nog sterker. De bevolking zag hoe makkelijk de Nederlanders waren verslagen en Japan verspreidde veel propaganda tegen het westerse kolonialisme. Veel Indonesiërs hoopten dat Japan hen zelfstandigheid zou geven, waardoor leiders zoals Soekarno met de Japanners samenwerkten. Japan bleek echter een wrede bezetter. Het land had de Indonesische grondstoffen hard nodig voor de oorlog en dwong de bevolking tot zware dwangarbeid. Honderdduizenden Indonesiërs en duizenden Nederlanders kwamen hierbij om het leven.
De onafhankelijkheidsverklaring
In augustus 1945 gaven de Japanners zich over nadat de Verenigde Staten atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hadden gegooid. Omdat er nog geen nieuw Nederlands bestuur aanwezig was, greep Soekarno zijn kans. Op 17 augustus 1945 riep hij de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland accepteerde dit niet. De Nederlandse regering dacht dat de meeste Indonesiërs nog bij Nederland wilden horen en wilde de inkomsten uit de kolonie niet kwijtraken.
De onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949)
Om de macht terug te krijgen, stuurde Nederland in 1945 militairen naar Indonesië. Dit was het begin van een bloedige oorlog die tot 1949 zou duren. In 1947 en 1948 voerde het Nederlandse leger twee grote militaire offensieven uit. Nederland noemde deze acties eufemistisch politionele acties, om het te laten lijken op een politieoptreden om de orde te herstellen, in plaats van een echte oorlog. Tijdens deze strijd slaagde het Nederlandse leger er niet in om het hele gebied te controleren. Nederlandse militairen pleegden op grote schaal oorlogsmisdaden, zoals het executeren van gevangenen en burgers en het platbranden van complete dorpen. De oorlog kostte aan Nederlandse zijde aan zo'n 5.000 soldaten het leven, terwijl aan Indonesische zijde naar schatting zeker 160.000 mensen sneuvelden.

Internationale druk
Nederland kreeg wereldwijd zware kritiek op het militaire optreden:
•De Verenigde Naties (VN): Deze internationale organisatie, die streeft naar vrede en het beschermen van mensenrechten, eiste een vreedzame oplossing en democratische rechten voor de Indonesiërs.
•De Verenigde Staten (VS): De Amerikanen steunden het recht op zelfbeschikking van koloniën. Zij dreigden de economische opbouwhulp aan Nederland (de Marshallhulp) stop te zetten. Nederland had dit geld dringend nodig om te herstellen van de Tweede Wereldoorlog.
Onder deze grote internationale druk gaf Nederland de strijd op. Op 27 december 1949 vond de officiële soevereiniteitsoverdracht plaats. Dit betekent dat Nederland het recht om het land zelfstandig te besturen officieel overdroeg aan Indonesië. Vanaf dat moment was de Republiek Indonesië officieel een onafhankelijk land met Soekarno als president.
