Les over 3 De Holocaust
De Duitse bezetting van Nederland

Wat is de Holocaust en hoe verliep de Jodenvervolging?
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe de nazi's vóór 1940 Joodse Duitsers uitsloten en vervolgden.
•Je kunt de betekenis en de gevolgen van de Neurenberger rassenwetten en de Kristallnacht uitleggen.
•Je kunt beschrijven hoe de Jodenvervolging in Nederland verliep en welke anti-Joodse maatregelen er werden genomen.
•Je kunt het verschil tussen een doorgangskamp en een vernietigingskamp uitleggen.
•Je kunt verklaren hoe de nazi's in de vernietigingskampen op systematische wijze miljoenen mensen hebben vermoord.
Belangrijke jaartallen
•1933: Hitler komt aan de macht in Duitsland; de discriminatie van Joodse Duitsers begint direct en de familie Frank vlucht naar Amsterdam.
•1935: De nazi's voeren de Neurenberger rassenwetten in.
•10 november 1938: De Kristallnacht vindt plaats in heel Duitsland.
•1940: Duitsland bezet Nederland; direct begint de discriminatie van Joodse Nederlanders.
•Eind 1941: Speciale legereenheden hebben al ruim één miljoen Joden doodgeschoten in Polen en de Sovjet-Unie.
•Vanaf 1942: De grootschalige deportaties van Joodse Nederlanders beginnen en de nazi's starten met de fabrieksmatige vergassingen.
•Vanaf 1944: Geallieerde legers beginnen de concentratie- en vernietigingskampen te bevrijden.
•1945: Anne Frank sterft in het vernietigingskamp Bergen-Belsen; einde van de Tweede Wereldoorlog.
Joden in nazi-Duitsland
In Europa woonden aan het begin van de twintigste eeuw ongeveer negen miljoen Joodse mensen, waarvan de meeste in Polen en de Sovjet-Unie leefden. De nazi's hadden een racistisch wereldbeeld dat leidde tot een ongekende massamoord. Hitler wilde van Duitsland een machtig land maken en zag Joden als een obstakel voor dit ideaal.
Antisemitisme en rassenleer
Haat tegen Joden, oftewel antisemitisme, was in Europa niet nieuw. Joden leefden historisch vaak in aparte wijken en kregen regelmatig de schuld van rampen of oorlogen. In de jaren 1930 vormden Joden in Oost-Europa een grote minderheid met een eigen cultuur, terwijl ze in West-Europa een kleinere, sterk geïntegreerde minderheid vormden. Hitler maakte misbruik van bestaande vooroordelen en gaf Joden de schuld van alle problemen in Duitsland. Hitler baseerde zijn ideeën op de rassenleer: het onwetenschappelijke geloof dat er verschillende mensenrassen bestaan en dat het ene ras beter is dan het andere. Volgens hem behoorden de Duitsers tot het superieure arische ras, dat te herkennen zou zijn aan blonde haren en blauwe ogen. Hitler geloofde dat dit ras verzwakt kon worden door vermenging met andere groepen. Joden, maar ook Roma, Sinti, homoseksuelen en gehandicapten werden door de nazi's als een directe bedreiging voor het arische ras gezien. In werkelijkheid bestaan er geen verschillende mensenrassen.
Uitsluiting en geweld
Direct vanaf 1933 begon de discriminatie van Joodse Duitsers met maatregelen zoals ontslag uit overheidsfuncties. In 1935 voerden de nazi's de Neurenberger rassenwetten in. Deze wetten hadden ingrijpende gevolgen:
•Joodse Duitsers verloren hun grondrechten en werden niet langer gezien als volwaardige burgers. De wetten legden nauwkeurig vast wie 'Joods', 'half-Joods' of 'niet-Joods' was.
•Huwelijken en seksuele relaties tussen Joodse en niet-Joodse Duitsers werden streng verboden om het arische ras te beschermen.
De discriminatie ging al snel over in georganiseerd geweld. In de nacht van 10 november 1938 organiseerden de nazi's de Kristallnacht. Tijdens deze geweldsnacht werden in heel Duitsland Joodse winkels vernield, synagogen in brand gestoken en Joodse burgers aangevallen. Ongeveer 400 Joodse mensen werden vermoord. Deze gebeurtenis maakte pijnlijk duidelijk dat Joden niet langer door hun eigen overheid werden beschermd.
De Jodenvervolging in Nederland
Na de Duitse inval in 1940 kreeg ook Nederland direct te maken met het antisemitisme van de nazi's. De bezetter voerde stapsgewijs steeds strengere maatregelen in om Joodse Nederlanders te isoleren van de rest van de bevolking.
Anti-Joodse maatregelen
De nazi's namen tal van maatregelen om Joden volledig af te zonderen:
•Joodse ambtenaren werden ontslagen uit hun functie.
•Joodse kinderen werden van hun scholen gestuurd en moesten naar aparte Joodse scholen.
•Openbare locaties zoals bioscopen, stranden, zwembaden en parken werden verboden voor Joden.
•Joden mochten geen eigen bedrijf meer bezitten.
•In Amsterdam werden Joodse bewoners gedwongen te verhuizen naar aparte Joodse wijken.
Om Joden makkelijk herkenbaar te maken, voerde de bezetter twee identificatiemiddelen in. Allereerst kreeg iedere Nederlander een verplicht persoonsbewijs; bij Joodse burgers werd hier een grote letter 'J' in gestempeld. Later, vanaf mei 1942, moest iedere Joodse Nederlander vanaf 6 jaar oud een gele davidsster op de kleding dragen. Deze zespuntige ster is het traditionele symbool van het Jodendom.


Deportatie en onderduik
Eind 1942 begon de grootschalige deportatie: het systematisch wegvoeren van Joodse mensen uit hun woonplaatsen. Hoewel sommigen gehoor gaven aan de oproepen om zich te melden, organiseerden de Duitsers ook brute razzia's. Dit waren door de overheid georganiseerde jachten waarbij straten werden afgezet om Joden massaal op te pakken. Om aan deportatie te ontsnappen, moesten mensen onderduiken door zich op een geheime, veilige plek schuil te houden. Opgepakte Joden werden eerst overgebracht naar doorgangskampen, zoals kamp Westerbork in Drenthe. Dit waren tijdelijke verzamelkampen die dienden als tussenstation. Vanuit hier vertrokken wekelijks treinen naar de vernietigingskampen in het bezette Polen, zoals Auschwitz en Sobibor.

Een bekend voorbeeld van een onderduiker is Anne Frank. Zij vluchtte in 1933 met haar familie van Duitsland naar Amsterdam. Tijdens de bezetting dook zij op 13-jarige leeftijd onder in het Achterhuis, waar zij haar wereldberoemde dagboek schreef. Haar onderduikadres werd uiteindelijk verraden, waarna zij werd gedeporteerd en in 1945 in het kamp Bergen-Belsen overleed.
Het besluit tot massamoord en de vernietigingskampen
Tijdens de Duitse opmars naar het oosten in 1941 besloten de nazi's over te gaan tot de totale uitroeiing van het Joodse volk.
Van executies naar fabrieksmatige moord
In eerste instantie kregen speciale legereenheden de opdracht om Joden in Polen en de Sovjet-Unie standrechtelijk dood te schieten. Eind 1941 waren op deze wijze al ruim één miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen vermoord. Omdat dit doodschieten volgens de nazi's niet snel genoeg ging, begonnen zij vanaf 1942 met de bouw van speciale vernietigingskampen. Hier werd de moord fabrieksmatig georganiseerd. Deze systematische, door de staat georganiseerde massamoord op zes miljoen Joden noemen we de Holocaust. Naast Joden werden ook andere groepen die niet in het nazi-wereldbeeld pasten, zoals Roma, Sinti, gehandicapten en homoseksuelen, systematisch vermoord.
De werking van de vernietigingskampen
Dagelijks werden duizenden mensen in overvolle veewagens zonder voedsel, water of sanitaire voorzieningen naar de kampen getransporteerd. Bij aankomst vond er direct een selectie plaats:
•Ouderen, zieken en moeders met jonge kinderen werden direct gescheiden van de rest. Zij werden onder het voorwendsel dat ze gingen douchen naar doucheruimtes geleid, waar ze met het gifgas Zyklon B werden vergast. Hun lichamen werden vervolgens in crematoria verbrand.
•Sterke mannen en vrouwen werden geselecteerd voor zware dwangarbeid. Onder streng en wreed toezicht van de SS moesten zij werken in mijnen, wapenfabrieken of bij het opruimen van de lichamen. Velen van hen stierven alsnog door uitputting, honger, mishandeling en dodelijke ziekten.
De bevrijding
Vanaf 1944 werden de kampen één voor één bevrijd door de oprukkende geallieerde legers. De soldaten troffen onvoorstelbare taferelen aan: bergen lijken en barakken vol doodzieke, uitgemergelde overlevenden. Ondanks medische hulp stierven tienduizenden gevangenen in de weken na de bevrijding alsnog aan de gevolgen van hun ontberingen. In totaal hebben de nazi's tijdens de Holocaust ongeveer zes miljoen Joodse mensen vermoord.