Les over 3 Nazi-Duitsland en het buitenland

Les over 3 Nazi-Duitsland en het buitenland

Gemaakt door Ainstein
3 Nazi-Duitsland en het buitenland
Deze video bestaat uit
  • Duitsland valt aanDuitsland valt aan
  • Nationaal socialismeNationaal socialisme
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:33
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe verliep de buitenlandse politiek van nazi-Duitsland?

Leerdoelen

Je kunt de stappen beschrijven die nazi-Duitsland vóór 1939 zette richting oorlog.

Je kunt de overeenkomsten en verschillen noemen tussen de ideeën van de Duitse nationaalsocialisten en de Italiaanse fascisten.

Je kunt beschrijven hoe de Nederlandse regering omging met de economische crisis vanaf 1929 en welke invloed deze crisis had op de opkomst van de NSB.

Belangrijke jaartallen

1922: Benito Mussolini komt aan de macht in Italië en vestigt een dictatuur.

1924: Er ontstaat langzaam meer vertrouwen tussen de Republiek van Weimar en andere Europese landen.

1929: De beurskrach in de Verenigde Staten luidt een wereldwijde economische crisis in.

1931: Anton Mussert richt de Nationaalsocialistische Beweging (NSB) op in Nederland.

1933: Adolf Hitler komt aan de macht in Duitsland; Duitsland verlaat de Volkenbond.

1935: De NSB wordt openlijk antisemitisch en steunt Hitler.

1936: Duitsland en Italië sluiten een bondgenootschap.

1938: De Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland en de Conferentie van München over het Sudetenland.

De buitenlandse politiek van nazi-Duitsland

Vanaf 1924 was er langzaam meer vertrouwen ontstaan tussen de Republiek van Weimar en andere Europese landen. Toen Adolf Hitler in 1933 aan de macht kwam, verdween dit vertrouwen direct. Hitler wilde Duitsland zo groot en machtig maken dat het over Europa zou heersen. Hiervoor waren grondstoffen, een grote oorlogsindustrie en een sterk leger nodig.

Herbewapening en bondgenootschap

Hitler negeerde de bepalingen van het Verdrag van Versailles. Hij stopte met de herstelbetalingen, stapte in 1933 uit de Volkenbond en begon met de herbewapening door het leger te vergroten en wapenproductie te bevelen. Om sterker te staan, sloot Hitler een bondgenootschap met Italië.

Heim ins Reich en de Anschluss

De nazi's streefden naar Heim ins Reich: het idee dat alle Duitssprekenden in één groot Duits rijk moesten wonen. Omdat in Oostenrijk voornamelijk Duitssprekende mensen woonden, vond Hitler dat dit land bij Duitsland hoorde. In 1938 trokken Duitse soldaten Oostenrijk binnen. Deze inlijving wordt de Anschluss genoemd.

Sudetenland en de Conferentie van München

Na Oostenrijk eiste Hitler het Sudetenland op, het Duitstalige grensgebied van Tsjecho-Slowakije. De Tsjecho-Slowaakse regering weigerde dit gebied af te staan, waardoor een oorlog dreigde. In 1938 kwamen Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Duitsland bijeen tijdens de Conferentie van München om de crisis te bespreken; Tsjecho-Slowakije zelf was niet uitgenodigd. Frankrijk en Groot-Brittannië stemden toe met de inname van het Sudetenland in ruil voor Hitlers belofte dat hij niet nog meer gebieden zou opeisen. Deze politiek van toegeven om de vrede te bewaren heet de appeasementpolitiek. Hitler hield zich echter niet aan zijn belofte en bracht kort daarna heel Tsjecho-Slowakije onder zijn controle.

Adolf Hitler en de Britse premier Neville Chamberlain ten tijde van de Conferentie van München in 1938
Adolf Hitler en de Britse premier Neville Chamberlain ten tijde van de Conferentie van München in 1938

Lebensraum

Hitler wilde voor het Duitse volk Lebensraum (leefruimte) creëren. Hij vond dat Duitsland meer landbouwgrond en grondstoffen nodig had. Deze ruimte wilde hij verkrijgen door het Duitse grondgebied naar het oosten uit te breiden, waarbij hij de volkeren die daar woonden als minderwaardig beschouwde.

Fascisme in Italië

Na de Eerste Wereldoorlog waren veel Italianen diep teleurgesteld. Hoewel Italië aan de winnende kant stond, kreeg het land geen gebiedsuitbreiding. De economie was slecht, de werkloosheid hoog en de regering zwak. Dit leidde tot een gebrek aan vertrouwen in de democratische politiek.

Kenmerken van het fascisme

In 1922 kwam de partij van Benito Mussolini aan de macht en werd Italië een dictatuur. Het fascisme is een extreemrechtse politieke beweging met drie belangrijke kenmerken:

Extreem nationalisme: het eigen land en volk zijn superieur en het allerbelangrijkste. Iedereen moet zich volledig inzetten voor de staat.

Militarisme: een grote bewondering voor het soldatenleven en oorlog, die gezien worden als de ultieme test van de kracht van een volk.

Tegen democratie: er is geen ruimte voor verschillende meningen. Eén sterke leider bepaalt alles en het volk moet gehoorzaam volgen.

Portret van Benito Mussolini, de fascistische dictator van Italië
Portret van Benito Mussolini, de fascistische dictator van Italië

Overeenkomsten en verschillen met het nationaalsocialisme

De Duitse nationaalsocialisten namen veel ideeën over van de Italiaanse fascisten. Het belangrijkste verschil was dat antisemitisme (Jodenhaat) aanvankelijk geen rol speelde binnen het Italiaanse fascisme. Pas vanaf 1938, onder invloed van nazi-Duitsland, werd het Italiaanse fascisme ook antisemitisch. Mussolini streefde ernaar om van Italië een machtig rijk te maken, net zoals het oude Romeinse Rijk. Om deze reden sloot hij in 1936 een bondgenootschap met Duitsland.

Nationaalsocialisme in Nederland

De wereldwijde economische crisis na de beurskrach van 1929 trof ook Nederland zwaar. Als handelsland kreeg Nederland te maken met massale werkloosheid, armoede en faillissementen.

De aanpassingspolitiek van Colijn

De regering onder leiding van minister-president Hendrik Colijn probeerde de crisis te bestrijden met de aanpassingspolitiek. Dit hield in dat de overheidsuitgaven werden verlaagd om aan te sluiten bij de teruglopende inkomsten. Er werd fors bezuinigd op de salarissen van ambtenaren en de werkloosheidsuitkeringen. Om misbruik van de lage uitkeringen te voorkomen, moesten werklozen meerdere malen per dag stempelen bij een stempelkantoor. Ook vonden er strenge huiscontroles plaats. Daarnaast zette de regering werkverschaffingsprojecten op. Dit waren verplichte projecten voor zwaar handwerk, zoals de aanleg van het Twentekanaal, waar werklozen moesten werken voor een kleine vergoeding. Weigering leidde tot stopzetting van de uitkering.

De opkomst van de NSB

Omdat de crisis aanhield en de ontevredenheid groeide, richtte Anton Mussert in 1931 de Nationaalsocialistische Beweging (NSB) op. De NSB was een extreemrechtse partij die streefde naar een sterke leider, de afschaffing van de democratie en de samenvoeging van Nederland en Vlaanderen tot een 'Groot-Nederland'. De partij beschikte over een eigen knokploeg en werd vanaf 1935 openlijk antisemitisch.

Anton Mussert, de leider van de NSB, houdt een toespraak
Anton Mussert, de leider van de NSB, houdt een toespraak

De NSB bleef in Nederland echter een kleine partij. Dit kwam door de sterke verzuiling, waardoor de meeste Nederlanders trouw bleven aan hun eigen protestantse, katholieke, socialistische of liberale achterban. Bovendien schrikte de agressieve buitenlandse politiek van Hitler veel potentiële aanhangers af.