Les over 2 De opkomst van het nationaalsocialisme
Nationaal socialisme

De opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland
Leerdoelen
•Je kunt de vier belangrijkste kenmerken van het nationaalsocialisme noemen en uitleggen.
•Je kunt beschrijven hoe Adolf Hitler en de NSDAP in 1933 de macht grepen in Duitsland.
•Je kunt met politieke, sociale en culturele voorbeelden uitleggen hoe Duitsland een totalitaire staat werd.
Belangrijke jaartallen
•1918: Duitsland wordt een parlementaire democratie.
•1923: Adolf Hitler pleegt een mislukte staatsgreep.
•1929: De economische wereldcrisis begint en treft Duitsland zwaar.
•1933: Hitler wordt benoemd tot regeringsleider, de Rijksdag brandt af en Duitsland verandert in een dictatuur.
Het nationaalsocialisme en zijn kenmerken
Vanaf 1918 was Duitsland een parlementaire democratie, ook wel bekend als de Weimarrepubliek (of de Republiek van Weimar). In deze onrustige periode na de Eerste Wereldoorlog werd de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) opgericht, met Adolf Hitler als leider. De aanhangers van deze extreemrechtse stroming werden nationaalsocialisten of nazi's genoemd. Het nationaalsocialisme kenmerkt zich door vier belangrijke zuilen:
•Nationalisme: De nazi's hingen een extreem nationalisme aan. Zij vonden het Duitse volk superieur aan andere volken en wilden Duitsland weer machtig maken. Hitler beloofde het gehate Verdrag van Versailles terug te draaien, te stoppen met de herstelbetalingen en verloren gebieden terug te eisen.
•Tegen democratie: Volgens de nazi's zorgde democratie voor verdeeldheid en loste het praten van partijen niets op. Zij geloofden in het Führerprincipe (leiderschapsbeginsel): één krachtige leider (de Führer) moest alle besluiten nemen. Hitler werd hierbij onderworpen aan extreme persoonsverheerlijking, waarbij hij bijna als een god werd vereerd.
•Militarisme: De nazi's verheerlijkten strijd, oorlog en geweld. Dit militarisme uitte zich in het marcheren in uniformen en het gebruik van fysiek geweld tegen tegenstanders.
•Antisemitisme: Dit is de extreme haat tegen Joden. De nazi's gaven de Joden onterecht de schuld van de nederlaag in de Eerste Wereldoorlog en de daaropvolgende economische crisis. Hiermee speelden zij in op reeds bestaande antisemitische gevoelens onder de Duitse bevolking.
Hitler grijpt de macht
In 1923 probeerde Hitler al de macht te grijpen via een staatsgreep tijdens een periode van bezetting van het Ruhrgebied en enorme inflatie. Deze poging mislukte en Hitler kreeg een korte gevangenisstraf. De NSDAP bleef tot 1930 een kleine partij. De ommekeer kwam door de economische wereldcrisis die in 1929 begon. In 1933 bereikte deze crisis in Duitsland haar dieptepunt met acht miljoen werklozen. Omdat de democratische regeringen van de Weimarrepubliek de problemen niet konden oplossen, groeide de populariteit van de NSDAP snel. Hitler beloofde de werkloosheid op te lossen en de herstelbetalingen te stoppen. In januari 1933 werd Hitler benoemd tot leider van de regering (rijkskanselier). Kort daarna vond de Rijksdagbrand plaats, waarbij het Duitse parlementsgebouw afbrandde. Hitler gaf de communisten de schuld en riep de noodtoestand uit. Hierdoor kon hij grondrechten zoals persvrijheid en vrijheid van vereniging direct inperken. Communisten werden opgepakt en hun partij werd verboden. Hoewel de NSDAP bij de daaropvolgende verkiezingen 44% van de stemmen kreeg (geen absolute meerderheid), wist Hitler het parlement onder grote druk en bedreiging te laten stemmen voor een wet die hem alle macht gaf: de Machtigingswet. Hiermee werd de parlementaire democratie afgeschaft en veranderde Duitsland in een dictatuur.
Duitsland wordt een totalitaire staat
Vanaf 1933 vormde Hitler Duitsland om tot een totalitaire staat. Dit is een staat waarin de overheid het dagelijks leven van de burgers volledig beheerst en controleert. Dit gebeurde via drie pijlers: gelijkschakeling, indoctrinatie en terreur.
Gelijkschakeling
De nazi's wilden de hele samenleving controleren. Dit proces heet gelijkschakeling. Dit hield in:
•Alle politieke partijen behalve de NSDAP werden verboden.
•Rechters kwamen onder directe controle van de NSDAP te staan.
•Joodse Duitsers verloren hun baan bij de overheid en mochten geen lid zijn van nazi-organisaties.
•Alle media kwamen onder controle van de nazi's. Er werd strenge censuur ingevoerd: de regering bepaalde wat journalisten mochten schrijven, waardoor andere meningen verdwenen en propaganda vrij spel kreeg.
•Alle maatschappelijke organisaties, van vakbonden tot sportclubs, kwamen onder leiding van nazi's.
•Bestaande jeugdverenigingen werden opgeheven. Jongens moesten verplicht naar de Hitlerjugend om te leren marcheren en met wapens om te gaan. Meisjes gingen naar de Bund Deutscher Mädel, waar zij werden voorbereid op hun rol als huisvrouw en moeder.

Indoctrinatie
Door de gelijkschakeling hoorden Duitsers overal dezelfde nationaalsocialistische ideeën. Dit leidde tot systematische indoctrinatie: het langdurig en eenzijdig inprenten van nazi-opvattingen door deze continu te herhalen en geen enkele andere mening toe te staan. Hierdoor gingen veel Duitsers de nazi-boodschap daadwerkelijk geloven.
Terreur
Voor mensen die zich verzetten, gebruikten de nazi's meedogenloze terreur. Hiervoor zetten zij verschillende organisaties in:
•De SA (Sturmabteilung): De gewapende knokploeg van de NSDAP die al voor 1933 tegenstanders intimideerde en in elkaar sloeg.
•De Gestapo: De geheime staatspolitie die tegenstanders opspoorde en in de gaten hield.
•De concentratiekampen: Grote kampen waarin tegenstanders en specifieke groepen zonder proces of rechterlijke tussenkomst werden opgesloten.
•De SS (Schutzstaffel): Een streng geselecteerde militaire organisatie binnen de NSDAP die na 1933 de macht van de SA overnam en direct trouw was aan Hitler.
